Freestyle Gedichten
Gedichten langer dan 160 tekens.
Die wilde bloemen zeiste
was ik de boer
die wilde bloemen zeiste
tot aan de blauwste van het veld
aarde open reet om
veredeld gras te zaaien zodat
de melkindustrie kon blijven draaien
ben jij de boerin met
meer dan 100 zeugen waarvan
de biggetjes vaak niet deugen
dan commercieel worden
afgemaakt omdat het mooiste
vlees voor de hoogste prijzen gaat
wij hebben de sleutels
van deze drama's in de natuur
nog eisen wij het beste en heel puur
met deze mentaliteit van
gaan en staan zal alle diversiteit
in schoonheid spoedig vergaan
Je lachte mijn naam
ik heb jou
gebeeldhouwd
in lucht
vormde
met licht
je gezicht
vingers
openden ogen
rechtten je neus
handen
schelpten oren
op de juiste toon
je lippen
krulden in lief
samengaan
ik hoefde niet
te signeren
je lachte mijn naam
Schuilen
Schuil bij de allerhoogste God
Hij beschermt je dag en nacht
En houdt over jou de wacht
Hij is betrokken met jouw lot.
Bij God ben je veilig en geborgen
Hij wil jouw toevluchtsoord zijn
In alle angsten, verdriet en pijn
Wil Hij voor je blijven zorgen.
Stel je vertrouwen maar op Hem
Dan kun je moedig verder gaan
God maakt voor jou ruim baan
Luister dan maar naar Zijn stem.
En schuil telkens bij God de Heer
Een betere plek is er niet te vinden
Hij wil het beste voor Zijn beminden
Zijn goedheid keert steeds weer.
(woorden uit psalm 91)
Genetische blauwdruk
wie zijn wij
eigenlijk wel
hoe doen wij mee
in het spel waarvan
schijnbaar niemand
de echte inzet weet
wij kunnen sommige
processen aardig
naar onze handen zetten
marionetten bewegen
door ze eten te geven in
het actie reactie patroon
de genetische blauwdruk
is door ons niet te lezen
ondanks de moeite die
wij daaraan hebben gegeven
succesje hier voortgang daar
met gods hulp karren maar
het echte spel
loopt heel gesmeerd kijk
naar wat de mens presteert
in chaos en vervuiling
schepping gaat dan in verweer
met een reli kruisbestuiving
we zullen onze hoofden
echt moeten breken
om ooit te weten
hoe wij kunnen delen
in het mystiek heelal
pluspunt is we zijn er al
Honderdduizend klaren wacht
in een zure diepte bijt mijn angst zich vast,
te gedachten, de realiteit
verregend afgedwaald
tot mens en kracht
beschouwt de nacht
in honderdduizend klaren wacht.
tot groot mijn stand in diep teleur
verspoeld de recht te gaan
in wazen naar mijn hemel naam
de weg van droog en niet in kleur
oh, had toch verstreden en gevraagd
bereid tot zich niet over mij
in waarde bezield naar de gaan
de mens in terug was al lang verleden tijd.
Scherpe kruiden
ik kan de werkelijkheid
zo raken hoef niet eens
een lange arm te maken
waar verleden door
mijn vingers glijdt raak ik
langzaamaan mijn wortels kwijt
nog opent de dag
met zon in een weidse polder
maar wind vlaagt scherpe kruiden
waar rust en stilte heersten
lopen nu jong en oud in exotisch
lange drachten hun avondwachten
luidruchtig in hun vreemde talen
want straat moet zelf zijn
regels stellen en de norm bepalen
hoe lang zal naastenliefde nog
tolereren dat zij niet willen integreren
in onze christelijke maatschappij
Pensioen
Hoera, eindelijk met pensioen
Een zee van vrije tijd is aangebroken
Een nieuwe periode is ontloken
Leuke dingen gaan we nu doen.
Nooit ergens tijd voor gehad
Altijd maar werken en zwoegen
Maar toch wel met veel genoegen
Vallen we nu niet in een zwart gat ?
Afscheid genomen van de zaak
Alle collega's een hand gegeven
Iedereen toonde z'n medeleven
De baas hield een fijne toespraak.
Pensioen, laten we er van genieten
Niet achter de geraniums gaan zitten,
Niet bij de pakken neer gaan zitten.
Maar puur van elke dag genieten.
Pensioen, genieten met volle teugen
De tijd van zakelijke plicht is voorbij
We voelen ons nu frank en vrij
We mogen ons in deze tijd verheugen
Pensioen, je hobby's botvieren
Fietsen, wandelen er op uitgaan
De deur achter je dicht gedaan
En door de bossen en hei zwieren.
Pensioen, een gouden tijd
Een tijd om van alles te beleven
Als God het ons wil geven
In goede gezondheid en vitaliteit.
Laten we dankbaar zijn voor deze tijd
God danken voor deze jaren
En dit als een geschenk ervaren
God, zij geprezen, tot in eeuwigheid.
Je ogen dromen zomer
speels zweeft allerlei
op warme lucht
gesnapt door snelle
vogels op hun vlucht
zacht wiegt je lach
madeliefjes op
deze mooie lentedag
je ogen dromen zomer
in samen wordt het
paradijs weer herontdekt
dat groeit en bloeit
uit moeder aarde
er zijn geen
klokken omgezet
de schepping is voor ons
in den beginne klaar gezet
Onafscheidelijk
soms weet ik
niet meer wie ik ben
het is alsof mijn
eigen schaduw mij
nauwelijks herkent
ik loop vaak
in het volle licht
kijk voortdurend
achterom of hij
nog wel aanwezig is
laatst bij het
binnengaan was ik
per ongeluk vergeten
hem voor te laten gaan
hij bleef buiten staan
pas veel later
heb ik geweten hoe
dat zo is verlopen
deed de deur wel open
maar de lamp niet aan
toch zijn wij samen
onafscheidelijk alleen
hij wordt erg oud
steeds trager in bewegen
hoop dat hij nog lang blijft leven
Met streelzachte kleuren
ik heb mij omgeven
met streelzachte kleuren
maar als zij soms breken
valt duister door scheuren
speelt chaos zijn eigen muziek
raak in paniek door dissonanten
die in een macaber decor over
mijn uitgebalanceerd leven dansen
vecht voor mijn adem en zing
in verstilling mijn autistisch lied
prevel mantra's en sluit mij af
van een wereld die mij niets gaf
waar ik alleen nog kan bestaan
door het raken aan kleuren
die in alle schoonheid langs mij gaan
Een eenvoudig surrogaat
wat in zwart
geschreven staat
de woordstatus heeft gehaald
om op papier te komen
is niet het gewone leven
maar een eenvoudig surrogaat
een betonskelet
de slaapkamer zonder bed
of hoe een bos met gekapte bomen
nog ooit van lente en zomer kan dromen
jij bent mijn lezer en de zinnen stylist
creëert met witregels kleuren in dit gedicht
Een bewogen leven
jij hebt mij
je hand gegeven
ik heb strelend
de lijnen gelezen
van hoofdstukken
uit een bewogen leven
in langzaam
ontspannen opende jij
uit de schaduwen
kwamen ook de in
vele jaren verborgen
kleine littekens vrij
jij hebt een bijzonder
sterke overlevingskracht
die smart en pijn
te weinig ruimte gaf
maar nu in liefde deelt
omdat je ziel weer lacht
Een subtiel verkleuren
er zat verandering in de lucht
ik bespeurde een subtiel
verkleuren van de horizon
door het fletser worden van
de schetsen die ik altijd zag
trad een vervreemding op
donker rollende wolken
kwamen als uit het niets geboren
stemming maken in dreigende vlucht
ademen ging allengs trager
door de hoge vochtigheidsgraad
temperaturen stegen metterdaad
niemand weet meer waar
de winden zijn gebleven in de
gevaarlijk dikke druppels regen
de eerste klap was angstwekkend
raak en heeft van de grote eik
een brandend monument gemaakt
ter herinnering aan het vreselijke
noodweer op het einde van de oorlogstijd
pas daarna voelden wij ons echt bevrijd
Een klein wonder
ik ben gek
maar heb
alles in de hand
weer klant
in de snelle trein
van borderline
heb geen haast
maar ik wil
sneller dan licht
verdwijnen in
het zwarte gat
van jouw gezicht
in je lijf rondspoken
ziel en zaligheden
bij opbod verkopen
een spiegel
duikt plotseling op
wij breken ik stop
mijn ogen
schichten verschrikt
rood in mijn kop
een klein wonder
krijg tegenwoordig
niet eens op mijn donder
Verlokkend bloot
de avondzon
kleurt bloedrood
ik zie al glimpen
verlokkend bloot
bij schikgodinnen
in het donker aardse
diep van binnen
maken kobolden
en kabouters zich klaar
voor het feest van het jaar
elven feeën en wat
heksen op een rij
bezemen hun straten
in vrij entree voor magiërs en
tovenaars in rood scharlaken
ridders rovers en bandieten
mogen niet van dit
binnen aards plezier genieten
wulpse vrouwen daarentegen
komen hun charmes geven
pas als de goden zitten
op hun gouden troon rommelt
onweer zijn donkerste toon schicht licht
langs hemel en aarde in een pandemonium
dat mensen de haren doet rijzen in afgrijzen
Adem warmte in woorden
ik heb gewikt
en gewogen
kijkend van
beneden naar boven
nog maskeer ik
mijn onzekerheid
adem warmte in woorden
die niemand wil horen
kleur zinnen
die ego's nooit
zullen beminnen ondanks
hun bekende edelmoedigheid
heb vaak op
op lange tenen getrapt
in het spoor bijster zijn
maar zonder opzettelijk venijn
open treed ik naar buiten
misschien beslagen ruiten
hoop op lieve ontvankelijkheid
zelfs met mijn tikkeltje eigengereid
Geluidloos verdriet
ik vroeg maar
je antwoordde niet
keek me aan
iets in je blik riep
wanhopig mijn naam
jij draaide om
wilde gaan
ik pakte je handen
je twijfelde
bleef even staan
zag tranen
in ogen
een mond met
geluidloos verdriet
je vertrok zonder iets
ik heb je nooit
meer gezien
de tijd was op slot
wij gingen in liefde
samen kapot
Het blijft ons kind
Soms gaat ons kind een andere weg
Waarmee wij het niet eens kunnen zijn
En aanvaarden wij dit met zorg en pijn
Het gaat z'n gang, zonder overleg,
Graag hadden we het anders gezien
Maar we kunnen ons kind niet dwingen
We blijven het met ons gebed omringen
Hopelijk verandert het nog, misschien.
Maar toch blijft het altijd ons kind
En onze zorg erover blijft bestaan
Ook al is het zijn eigen gang gegaan
We bidden dat het de juiste weg vindt.
U alleen Heer kan ons kind bewaren
Voor alle problemen, en al het leed
O God, hoor naar onze noodkreet
Wil ons kind behoeden voor gevaren.
In volle overgave
zij draaide klei
maar wond de vormen
niet om haar vingers
had een zwak
voor rondingen
in warm manipuleren
was blij als het
toch stugge materiaal
zich liefdevol schikte
in volle overgave
profileerde zij
lengte en diepte
werkte af met
fingerspitzengefühl
tot in het kleinste detail
ook deze schoonheid werd
geboren zonder barenswee
door een ferme keizersnee
In krullend water
ik wist de zee
in krullend water
zag de kleuren later
het witte schuim
schreef keurig schuin
zijn regels op het zand
in grijsblauwe tinten
lijkt de hemel te blinken
aan een verre horizon
waar lucht en aarde
elkaar nevelig raken
licht regen helder op
donkert een zware bui
zijn schaduwstrepen in
het eindeloos ruime sop