Freestyle Gedichten
Gedichten langer dan 160 tekens.
Jij recht nog ongebroken
ik zie je profiel
waarin de lijnen
zacht tekenen
een stralende lach
nog volop warmte
en ruimte geven
jij recht nog
ongebroken ondanks
alle spoken in je geest
de slanke leest
geeft jou een zweem
van jeugdige vitaliteit
die niet altijd
correspondeert met
jouw persoonlijke realiteit
tegenslagen in bestaan
hebben jou nooit geknakt
fier ben jij verder gegaan
jij bent mijn rots
alleen zee weet de tranen
die zo leven heeft gekost
Een schonend berouw
het was feest
maar in de geest
van woorden huilde
een onpeilbaar verdriet
bekende teksten
uit zijn leven
waarin zinnen niet
alles prijs wilden geven
vaak losse fragmenten
zonder empathisch cement
zijn leven nog bouwend
naar een onverwacht end
pas nu genereert
stilte uiteindelijk begrip
passen de puzzels
waarin hij is gestikt
vloeien tranen in
een schonend berouw
want wij waren begaan
maar begrepen niets van jou
Ik weet dat ik van je hou
ik weet dat ik
van je hou, lief zusje
al begrijpen we elkaar niet altijd
en dat doet soms best pijn
maar we zijn wel
met elkaar verweven
al sinds onze kindertijd
en hebben veel samen beleefd
ik hou van je
en hoop dat we nu ook elkaar
beter begrijpen.
In perspectiefloze kou
jij had de zon
al lang niet meer
vol zien schijnen
ik zag de kleuren
uit je gezicht en
ogen verdwijnen
je leefde al sober
op wikken en wegen
wist niets meer te geven
ooit had je bollen geplant
in zwart vruchtbare aarde
met warm groene hand
maar het winterde lang
in perspectiefloze kou
toch openen zij nu voor jou
met stralende kleuren en
in hun nieuwe licht zie ik
de lentelach weer op je gezicht
De spuit
weer dansen spoken
door mijn gespannen geest
op plaatsen waar ik in
mijn jeugd ooit ben geweest
ik heb hun angsten
en waanzin gekleineerd
tot een niet meer weten
in verschrompelend vergeten
ze zijn weer opgedoken
in mijn nieuwe vriendenkring
heel gedienstig en voorkomend
als in een nieuw begin
ik voel de sfeer veranderen
in het verharden van trekken
ogen kil en gewetenloos in
de psychose van jij kunt verrekken
heb rust en stilte gezocht
maar het intense kabaal in mijn kop
maakt steeds meer kapot
alleen de spuit helpt me er uit
Mijn eigen vlammen
even genoot ik van de bloemen,
de huizen, de mensen, de horizon.
Maar de vlammen branden, en de vernielde bloemen,
brandende huizen, gestorven mensen
en de horizon waarin mijn ogen verdwaalde,
liggen aan de verlaten stad,
waar de zon verdwijnt achter een hoopje puin,
waar voor iedereen het einde nabij is en waar voor mij,
mijn leven pas net beginnen zou.
Maar ik bleef hopen op een dag,
een dag waarop mensen vrede brengen
een dag waarop haat vervaagt
waarin de dood zijn rust vind
waarin de hoop van de leven cyclus opnieuw tot stand zou komen
waarin ik weer vertrouwen in me zelf had,
tot dat ik besefte dat ik mijn eigen brand aangestoken had.
Een hallo in tegenlicht
de puzzel bewolkt
die wind en wolken
hadden verzonnen
is niet gelegd vandaag
compact scheren
de stukjes langs blauw
maar zon brandt al gauw
zijn opklarende gaten
lost de volumen op
het enige dat blijft
is het warme vocht als
een hallo in tegenlicht
die langzaam verdwijnt
in een rode zonsondergang
als de wassende maan in een
kraakheldere hemel verschijnt
Nog kleurt de woestijn
ooit zullen
de geesten zich wreken
op hen die hun laatste
rustplaats hebben verstoord
vermoord is de
eonenlange stilte
vernield zijn de zuilen
en poorten van de stad
die eens het centrum van
cultuur en beschaving was
nog kleurt de woestijn
maar de winden huilen pijn
om wat verloren is gegaan
aan schoonheid en kracht
zij strelen het beschadigde gezicht
dat duizenden jaren de wereld bezag
Rust
even weg van alles
een stilte om mij heen
bij andere mensen
even niet alleen
maar hoe lang gaat dit duren
de gedachten in mijn hoofd
even niet alleen
het vuur is even gedoofd
Bijna sacraal
ik voel de zon
bijna sacraal
ontvang ik zijn warmte
ervaar hoe hij
spirit geeft aan mijn
al zo lang wachtend lijf
met gesloten ogen
zie ik sterren dansen in
zijn helder stralende aura
er is geen
onderscheid meer
tussen binnen en buiten
geven en nemen
zijn een geworden in
het delen van eeuwig leven
Voorjaar
Het is genieten van het mooie voorjaar
Van de kleurrijke krokussen die bloeien
Van de zon en alles wat gaat groeien
Kijk naar het nestelen van een vogelpaar.
Een lekker warme tijd breekt weer aan
De bittere kou is eindelijk uit de lucht
De lange strenge winter is op de vlucht
Die heeft wel goed zijn best gedaan
De vogeltjes in de tuin tsjilpen maar door
Zij verheugen zich ook in deze tijd
En zingen hun lied uit dankbaarheid
Zo met elkaar is het een geweldig koor.
Voorjaar, een bijzonder mooi jaargetij
Alles in de natuur gaat nu snel ontwaken
Zie de lammetjes in de wei zich vermaken
Iedereen wordt hier vrolijk van en blij.
Kleuren die ik hoorde
ik wilde kleur brengen
in mijn pianospel maar de
zwarte toetsen deprimeerden
met de witte ging het wel
schilderde eenvoudige
melodieën uit de losse pols
met hier en daar wat
buitenissige akkoorden
er waren mensen die
daarvan de schaduw hoorden
in de vol tonige muziek
van mijn primaire kleurenlied
zij mengden niet in
een natuurlijk vervloeien
zoals halve noten mensen
mateloos kunnen boeien
ik sloot tevreden de klep
bracht mijn kwast en palet
weer op orde en bekeek de
uitgelaten kleuren die ik hoorde
Daders zonder leven
steeds dwarrelt nieuws
als blaadjes naar de grond
gekleurd en half beschreven
triggeren zij ons geweten
vaak niet te lezen
door geweld uiteengereten
plak het bloed van mensen
aan daders zonder leven
zelden zijn de kanten
zonnig in de dag van
het seizoen want het echte
nieuws kan daar niets mee doen
pas als het kind is uitgespeeld
wind de laatste blaadjes
in de luwte heeft geveegd
vertellen wij hoe onze dag is geweest
Ogen lachen dromen
als korte rokjes
shorts en topjes in
het straatbeeld verschijnen
flitst spanning door de lucht
hoofden zijn niet meer
voorover gebogen met
ogen op schermpjes maar
kijken verrast in het rond
om vooral live
het leven te ervaren
dat zich plots in alle
kleuren lijkt te openbaren
er wordt weer
samen gelachen
handen pakken elkaar
in een liefkozend gebaar
zal het ervan komen
appte ik nog net
haar ogen lachen dromen
het mobiel had zij al uitgezet
De verte
zo af en toe
kijk ik de hemel af
weet niet waarom
wat ik daar zoek
inspanning brengt
alles dichterbij
duidelijk en klaar maar
met ontspanning kom ik daar
het geeft ruimte
in mijn overvolle geest
niets benoemen en gaan
waar ik nooit ben geweest
ontdekken wat
niet eerder is gezien
misschien een weten dat
wij al eeuwen zijn vergeten
of is het toch ontsnappen
uit de hectische gedachten
die het leven genereert
de verte is ons nooit geleerd
Je zorgeloze tred
waar je loopt
dwarrelen lentebloemen
keert wind heel zacht
de kleuren om
zo dat jij lacht
willen ogen
je blikken zoenen
in een speels contact
maar jij ondeugend
deed of je niets zag
ik ken de lichtheid
van je zorgeloze tred
bewonder het vertrouwen
dat jij in anderen hebt
maar zie handen in gebed
te vaak ben jij afwezig
in vergetelheid
dan drukken zorgen
een te grote stempel
op de dagelijkse realiteit
niemand kent
het labyrint waarin
jij loopt te dwalen
alleen de nachtelijke stilte
hoort jouw gedachten malen
Droomt hij zijn lach
eindelijk heb jij
in alle rust de
lentebloemen geplukt
van jouw kleinste puk
armen vol lachjes
twinkelende ogen in
stralende kleur als een
wolkje goed humeur
kleine handjes
vragen om meer
naar tedere knuffels
en later zijn beer
als hij verzadigd
langzaam de oogjes sluit
droomt hij zijn lach met
een nog smakkend geluid
Vluchteling zonder gezicht
ik wist de weg
naar het land maar een
vale zon scheen pal tegen
wind waaide
vol in ons gezicht
de verte bracht regen
met jou aan de hand
als gidste je mij
stapten we urenlang door
over een pad dat zich na
iedere bocht rechtte
en geen eind leek te krijgen
we rustten in het
avondlijke zuchten van wind
onder koud sterrenlicht
warmden elkaar
en wisten ons wanhopig
vluchteling zonder gezicht
De achterkamertijd
ik heb de lucht
met koude wind
omlaag gehaald
donkere wolken
regen gegeven
om zich uit te leven
waar transparant
ooit uitzicht bood
is alles dik beslagen
zweet eigendunk
in ongewenste smaken
door vele lagen eelt
uit de achterkamertijd
waar haat en nijd
elkaar constant fileren
passie en tranen
in onderbuiks chanteren
gerechtigheid verleren
ze worden nu met koude regens
opgeschoond nadat zij door
eigen leugens zijn weggehoond
De hoge tonen
ik ging mee met
de galmen van kerkklokken
zag hoe vogels op het land
van de hoge tonen schrokken
zij kenden het onderscheid
wisten de tijd van de
vrolijke stoet die met aanhang
vertrok voor de huwelijksreis
kozen hun plaatsen in
het lommerrijke groen van
statige bomen om maar niets
te missen van wat er zou komen
bij het donkere luiden
rolden zware golven
hun boodschap van afscheid
naar de afgelegen boerderijen
ieder stond even stil
in gebed en herinnering
de hele gemeenschap wist
van het leven en wie er nu ging
het galmen sprak aan
regelde tijd en verspreidde
het benodigde weten in
een nog rustig landelijk bestaan