Freestyle Gedichten
Gedichten langer dan 160 tekens.
In het duffuse licht
het is nog niet vergeten
een stukje nostalgie
uit heel intens beleven
met knikkeren en pot
flarden mist losten op
langs hoge lantaarnpalen
er vlaagde etensgeur
onze inzet werd hoger
honger en hebzucht groter
de mooiste stuiters
blonken in het diffuse licht
spanning op ieders gezicht
ze rolden weerbarstig
door spaarzaam gebruik
het geluk lag er plotseling uit
dollend zijn we naar
huis gegaan maar het verlies
voelde heel verdrietig aan
Geluidloos licht
stilte is mijn vriend
ik ontmoet hem vaak
maar weet niet of ik
hem met mijn emoties raak
hij wandelt graag
net als ik geniet hij van
een schitterend vergezicht
in zacht geluidloos licht
ook van het bos
waar donkere vennetjes
rimpelloos zuchten
onder klarende luchten
natuurlijk praat ik
schatert mijn lach
om mezelf te voelen in
het niet alleen zijn op pad
totdat hij wenkt
mij zijn rust en
schoonheid schenkt
van samen weer genieten
Geen ijs te breken
een slanke hand
die deuren opent
en het licht binnen laat
ogen die begroeten
een lach die je
even stil doet staan
de kamer
spreekt mij aan
in een warm ontvangen
je stem vraagt
melodieus en zacht
zal ik de jas ophangen
er is geen
ijs te breken
wij weten beiden beter
zijn doorgelopen
naar de zon pas toen
keerde jij je naar mij om
wij hebben daar
elkaar gegeven wat wij al
zo lang misten in ons leven
Gekleurde pillen
ik strooi
waaiers van plezier
voor uitgestreken gezichten
handenvol hotspots
voor de echte nerds die
al in talloze gadgets stikken
een keur van
festivals en feesten
voor energierijke dansbeesten
toch worden ze
in de regen allemaal nat
haren piekerig en plat
grandeur en het stijlvol
vitale kunnen zij helaas
niet uit gekleurde pillen halen
Kerstgedachten
ik weet dat
jij een genie bent
in het schikken
van bloemen op toon
de preluderende
lenteboeketjes
klingelen triomferend
in blauwwit verschijnen
zonnig zinderen
streken op het oranjegeel
van de zomerviool
trompettert rood de gladiool
het oogstrijpe geluid
van een vol orkest
kleurt herfst als het
magistraal seizoenen sluit
jij mijn meesteres
schikt de muziek het best als we
in kerstgedachten het bloeien van
de goddelijke bloem verwachten
Mijn beschermengel
Mijn beschermengel
Wil je me zegenen
Me kracht, liefde
En vrede geven
Laat me niet alleen
Maar geef me kracht
Om verder te leven
Verjaag de duisternis
Maar woont u
in een Ieder
Ik weet dat je me niet
Alleen laat
Lieve beschermengel,
Ik hou van je
God u alleen
van u, god alleen
hou ik het meeste
u bent mijn zon,
mijn maan, mijn sterren
ik prijs u met heel mijn hart
blijft u in me
ik hoor uw stem
ik weet dat u van me houdt
en mij elke dag weer
het leven geeft
u zegent me en geeft mij
elke dag weer het licht
u beschermt me
in pijn en verdriet
u schijnt met uw licht op me.
liefste vader, ik hou van u
ik wil zo graag dicht bij u zijn
dank u wel, vader,
dat ik een kind van u ben.
De stralende ogen
het ging jou niet
om de mooiste kleurigste
of meest exorbitante bloem
uit het boeket van leven
het waren de
stralende ogen en lach
als jij haar onverwacht
aan een ander mocht geven
jij hebt gezocht
voorzichtig geplukt
gekozen uit groot en klein
iets dat bijpassend moest zijn
het is niet allemaal
over rozen gegaan
omdat zomeren voortijdig
in vroege herfst is overgegaan
maar de warmte
die jij met liefde aan
anderen hebt gegeven
staat in hun ogen te lezen
Vogels in de lente
In de lente zingen vogels het hoogste lied
De mus, de merel en nog heel veel meer
Het is fijn er naar te luisteren, steeds weer
Ik verwonder mij er altijd over en geniet.
Samen vormen ze een geweldig koor
Elke vogel zingt zoals hij gebekt is
Voor mij is het een ware belevenis
De vogelzang, de hele dag maar door.
Ik zie ze nestelen in de hoge bomen
Ook in de struiken en in de heggen
Waar ze straks hun eitjes gaan leggen
Waaruit dan jonge vogeltjes komen.
In de lente komt alles weer tot nieuw leven
De bloemen en planten groeien en bloeien
Elk jaar weer blijft het mij bijzonder boeien
Dank Heer, voor al het moois ons gegeven
Onwetend lief
er is weer een
herder neergestreken
die eigen wijsheid
verbetert in taal en teken
zing zijn lied
draag de leiband
like zijn kudde
jij nu nog onwetend lief
hij is de ster
hoedt met halfgoden
en zijn virtuele leiderschap
de volgzamen op zijn pad
doodt initiatief
miskent het eigene
prijst de hype want
die maakt iedereen gelijk
er is helaas geen poëzie
die hij kan preken
dat is het magisch samenspel
tussen schrijver en de lezer
Woorden
Woorden, wat kunnen ze veel doen
Met woorden kun je iemand kwetsen
En over personen roddelen en kletsen
Maar het getuigt van weinig fatsoen.
Helaas gebeurt het toch steeds weer
Met woorden kun je elkaar verlagen
En onschuldige mensen aanklagen
Dat is niet het gebod van God de Heer.
Hij wil dat we in liefde met elkaar leven
En dat we respectvol met elkaar omgaan
Elkaar proberen te steunen in het bestaan
Dat we daar elke dag naar zullen streven.
Laat daarom uw woorden vriendelijk zijn
Dat wordt door iedereen op prijs gesteld
Het is zo eenvoudig en kost geen geld
Ook veroorzaakt het geen verdriet en pijn.
Wijs ( wijsheid)
Ach, waren alle mensen wijs
Deze aarde zou zijn een paradijs
Helaas is de mens vaak een dwaas
Met veel ophef, geraas en gedaas.
Ach, waren alle mensen wijs
Deze aarde zou zijn een paradijs
Maar helaas het mag niet zo wezen
De mens heeft nog veel te vrezen.
Ach, waren alle mensen wijs
Deze aarde zou zijn een paradijs
Nu is het vaak een hel op aard'
Waar men haat en nijd vergaart.
Ach, waren alle mensen wijs
Deze aarde zou zijn een paradijs
Oorlogen zouden verdwijnen
Vrede, liefde en geluk verschijnen.
Ach, waren alle mensen wijs
Deze aarde zou zijn een paradijs
Geen haat en nijd meer
Geen strijd en geen verweer.
God alleen kan wijsheid geven
Als wij met Hem willen leven
God geeft wijsheid en kracht
Niemand heeft wijsheid in pacht.
Laten wij bidden om wijsheid
In deze vaak zo moeilijke tijd
God bereidt voor ons Zijn Paradijs
Wij allen zijn naar Hem op reis..
Vampiert onbekommerd
jij toverbalt
zuigt kleuren
van het bot dat
al kaalgevreten is
snuisterijt gewone
dingen die plots
een nieuwe tekst in
een oud lied gaan zingen
tierelantijnt en
versiert wat niet echt leeft
vampiert onbekommerd
de vrijheid die men nog heeft
maakt van de dood
een open goot in het
nu al af dingen op
dierbare herinneringen
je toverbalt
tot ver in het rood
uiterst gelikt kleur jij hun
leven in afhankelijke nood
De zonnewende
ik weet dat de zon
niet zal sterven maar
hij staat al zover weg
zijn licht spiegelt
nog in alle ogen draait
dagen in steeds kleinere bogen
jij en ik hebben een
mateloze behoefte aan
meer verstrooiend licht
depressief en somber
vragen wij om energie
de winterslaap voorbij
toch zal het tij
binnenkort weer keren
als wij de zonnewende eren
Sensueel uitdagend
ik zie je
hoog te paard
de zwarte laarzen
stevig in de beugels
jij geeft de combinatie
haar snelle vleugels
de rechte rug
in vorstelijke zit
het schijnbaar
moeiteloos mennen
dat al vanaf geboorte
een van je talenten is
het zweepje en
gepoetste sporen
horen bij je ogen en
smakelijke lach terwijl
jij sensueel uitdagend
nog even met je lippen smakt
Het fijne geklepel
waar woorden
eenduidig hun kleur luiden
is het fijne geklepel
van klokjes niet hoorbaar
het monotoon starre
dringt zich meer dan
opzichtig op en houdt
ogen en oren gevangen
de kleine nuances
accenten en speelse
wendingen in zinnen en
strofen komen niet op toon
wat een kleurige boeket
vol harmonische klanken
had moeten zijn resulteert
in een doordrammend refrein
Een open poort
Er staat een poort wijd open
Die leidt naar Gods heerlijkheid
Waar rust en vrede is in eeuwigheid
Iedereen mag daar binnenlopen.
Die poort zal nooit gesloten zijn
God roept: “Kom maar tot mij
Ik maak u van alle zonden vrij
En verlos u van elke zorg en pijn.”
Die poort staat open ook voor u
Waarom aarzelt u toch elke keer
Hoort u niet de roep van de Heer?:
“Kom maar tot mij en doe het nu.”
Laten we dan maar tot Hem gaan
Die keus zal ons nooit berouwen
Op God kunnen we vertrouwen
Zijn liefde en trouw blijven bestaan.
Daag
rare gedachten dwarrelen door mijn hoofd
vreemde herinneringen hebben mijn geluk doorboord
dit was hopelijk de allerlaatste keer
in dit politiebureau zien jullie mij niet meer
Het doldriest onbesuisde
het water strakte
onder striemende woorden
bevroor tot ijs
voor hen die ze hoorden
scherp spiegelden
sterren de waarheid
in het zwart oppervlak dat
feilloos gerechtigheid zag
waar vergeving
al in rietkragen ruiste
verwarmde zon
het doldriest onbesuisde
brak langzaam het ijs
smolt wrevel en ergernis
in rimpelloos verdwijnen zo
dat hij weer in water kon schijnen
Aaibaarder dan ik dacht
hij had
ogen aan touwtjes
maar kon toch alles zien
de echte
bruine berenvacht was
aaibaarder dan ik dacht
een zwarte neus
zonder gaten
die frunnikte ik pas later
hij was mijn
knuffelbeest en beste vriend
die ereplaats heeft hij verdiend
nog kijkt hij
mij vragend aan als
ik kom en hem zie staan
na een kroel
tussen de kapotte oren
lijkt zijn knor altijd te horen
hij is een stukje jeugd
dat ik koester uit vroeger tijd
mijn maatje in onzekerheid

