Freestyle Gedichten
Gedichten langer dan 160 tekens.
Werd de hemel gekust
we golfden
volgden de beweging
van eb en vloed
in totale ontspanning
stilte en rust
werd de hemel gekust
steeds trager
kabbelde dood tij
wij draaiden opzij
zagen de schepping
wonderen oogsten
hun conceptie voorbij
we zijn opgestaan
voelden intuïtief het nieuwe
leven in samen verder gaan
Vertaald in de tijd
ik heb naar historische
bouwwerken gekeken
hun architectuur
met elkaar vergeleken
vertaald in de tijd
hebben zij allen de
geschiedenis van bestaan
en leven weergegeven
imponerend zijn
de beelden van
heerser en zijn hof
centraal geconstrueerd
maar juist de
anonieme werkers
hebben in het geheim
hun eigenheid geëtaleerd
wat zij laten zien
in sculptuur en
grappig detail duidt
de tijdgeest wonderwel
de historie krijgt
zo menselijke kanten
van onbekende klanten in
het relativeren van hovaardij
De zielsverbondenheid
een witte stip
vloog stilte
naar de horizon
tot dat
adembenemende
fatale moment
waar het leven
genomen werd en
de ziel hen ontviel
de banden
zijn niet verbroken
in een anders samenzijn
alleen leven
etst de pijn van
de zielsverbondenheid
Het vrouwelijk rond
in haakse hoeken
steekt het leven
altijd scherp af
zij hebben nooit
mijn voorkeur gehad
ik rond zaken
liever met een
harmoniemodel
waarbij we stekels
niet meer tolereren
de cirkel laat ik
dan ook prevaleren
in zijn eeuwig gaan
begin en einde
sluiten naadloos aan
rechte lijnen
zullen ooit verdwijnen
het vrouwelijk rond
heeft al bewezen zonder
stukjes recht te kunnen leven
Mijn alfabet
ik heb
stenen
gevormd tot
mijn alfabet
schik ze
tot woorden
in zinnen van
universeel gebed
kleur strofen
met emotie
voeg witregels toe
in perspectief
licht en
schaduw
zijn in te passen
als contrasten
mijn werkelijkheid
kent vele talen
lezen en schrijven
openen alle verhalen
want tijd heeft
de stenen gespaard
hun geheimen zijn
voor altijd bewaard
Een drempelloos ontmoeten
laat mij de idylle
dromen van een wereld
vol schonen als
mensen zonder oordeel zijn
waar ogen spreken
en de lach een
drempelloos ontmoeten is
omdat iedereen je mag
in krachten bundelen
kunnen talenten groeien
zal de grond in duurzaam zijn
gewas en bloemen laten bloeien
geef mij nog even tijd
voordat de wereld in de afgrond
van zijn eigen waanzin glijdt
de hemel lijkt al binnen handbereik
Een engel
er loopt een engel naast me
ze is lief en zorgzaam
ze helpt me in dit leven
en geeft me moed
ook als ik het moeilijk heb
begrijpt ze me
ze is een steun voor velen
ik heb haar lief
fijn om engelen te ontmoeten
ik heb ze lang moeten ontberen
maar nu zijn ze gekomen
engelen zijn heilig
ze hebben geen fouten
mijn moeder was ook een engel
zij was goed voor mij
Een lichtschittering
sierlijk schreef hij
in tijdloze schoonheid
arabesken aan
de ijlblauwe lucht
zijn valvlucht
was van glas
een lichtschittering
dook in het gras
in kortdurend
vleugelgeweld was
het laatste oordeel
snel geveld
zwaar en bedachtzaam
wiekte hij weg in een
overwinningscadans
met de prooi in zijn bek
Ik voel me eenzaam
ik voel me eenzaam
tussen veel mensen
het ligt niet aan de mensen
maar aan mezelf.
ik voel me zwak en depri
daardoor die eenzaamheid.
dan wil ik niet meer zo graag leven.
dan valt het leven zo zwaar.
ik bid veel om geloof, hoop en liefde.
en ontvang vaak veel kracht
maar hoop ook goed voor mijn
medemens te mogen zijn.
nu voel ik ze nog vaak als een bedreiging.
ze begrijpen niet wat ik voel.
alleen mijn god kan het begrijpen.
het is een naar gevoel, eenzaamheid.
maar echt eenzaam hoef ik niet te zijn
want mijn god is altijd bij me.
en mijn beschermengel!
Faalangstig bang
de dagen zijn
voorbijgegaan in
vele lagen van bestaan
natuurlijk was er groei
de grond geploegd
geschoond van stronk en steen
langs elkaar heen
in een verdeling die
seizoen en rol gebonden was
tot eigenheid
wat ruimte kreeg
en verder woekeren bleef
het samen schouwen
leek op houden van
liefde bleef faalangstig bang
tijd rijgt jaren
in een veranderend patroon
ieder kleurt en weeft zijn eigen droom
Zo godvergeten zeer
ik zwaaide
draaide me om
herkende de wereld weer
het deed alleen
zo godvergeten zeer
nog bloei je
steelde lang als knop
lenteschoonheid die
alleen de zon ontbeerde
wat ik ook probeerde
wij zijn zomer aangegaan
in lange lichte dagen
zelfs stilte bracht geen vragen
wij genoten van
een innig samenzijn
maar de vergezichten
bleven uit en de einder
kwam steeds dichterbij
er was geen ander
perspectief dan bij jou zijn
jouw kleuren fletsten
wij cirkelden in kletsen
om de waarheid heen
gemis aan vrijheid deed ons pijn
liefde bleek niet zaligmakend te zijn
Mijn dromen bij de hand
ik breek er
even tussenuit
ga alle gewoontes vergeten
vooral het dwingend geweten
een ver en zonnig land
mijn dromen bij de hand
sprookjesachtig etaleren zij hun
mogelijkheden de keuze is aan mij
maar ik wik en weeg
kan niet tot daden komen
consequenties vormen onderstromen
die mij voeren naar de werkelijkheid
ik wil drukte en geen rust
toch voel ik mij volledig uitgeblust
in een beginnende burned out
aan een gloeiend hete kust
heb de deuren dichtgedaan
alle airco's aan en in de stilte
van dat monotoon geluid heb ik
eindelijk mijn frustraties uitgehuild
We leven op de aarde
we leven op de aarde
velen worden oud
maar ook jongeren
gaan vroeg heen
dan is er veel verdriet
ja, de dood is
nog altijd een vijand
vaak is ze welkom
als er teveel wordt geleden
het leven is waard om te leven
kostbaar is het als er weer
een nieuw leven wordt geboren
dan is er vaak veel vreugde
ja, het leven is een wonder
zomaar aan ons gegeven.
Rachel
ons geliefd kind
wordt ons zomaar geschonken
uit het niets werd zij geschapen
zij leefde al bij god
maar nu is ze bij ons gekomen
om onze harten te verwarmen
uit mijn lichaam is ze gekomen
een wondertje
met het allermooiste gezichtje
roze teer en lieflijk
haar vader raakt niet
uitgekeken op haar
en neemt haar in zijn armen
en kust het kindje zachtjes
rachel zal ze heten, zegt hij
hij legt het teer in mijn armen
samen zijn ze heel gelukkig
en nog wel een meisje
hun broertjes komen
ook de kamer binnen
en zijn ook zo gelukkig
dat rachel is geboren
ze mogen het om de
beurt vasthouden
rachel wordt zachtjes
in het prachtige wiegje gelegd
op een met kant versierd kussentje.
ze moet nu slapen en rusten
lang blijven ze nog naar haar kijken
ze heeft zwarte haartjes
hoe lief is ze.
Het is goed
het is goed
dat we niet meer man en vrouw zijn
het was een goede keus
hoe lief ik je ook heb gehad
maar onze liefde verdween
we hebben het lang geprobeerd
maar we konden het niet langer volhouden
we hadden geen contact meer
we werden allebei ziek
we konden het beiden niet meer aan
we hebben goede jaren gekend
en dat zal ik niet vergeten.
Blij ben ik
blij ben ik met je, lieveling
blij dat ik je mag kennen
en liefhebben
ik kan niet buiten je
jij maakt me zo blij
ik dans op mijn voeten
naar je toe
jij neemt mij in je armen
zo lief, zo zeldzaam mooi
in je ogen ligt
een zachte glans
en ik weet dat ik
bij jou behoor
fluweel zacht zijn je ogen
alles aan je is me dierbaar
je kust me zachtjes
ik voel me in de hemel
zo mooi zacht zijn ze
lieveling,
ik bewonder je
en voel me heel blij.
we hebben elkaar lief
onze tranen zijn voorbij
nooit meer
gaat ons geluk stuk.
Mijn engel
mijn engel
kom bij me
bescherm me
behoed mij
voor struikelen
en vallen
jij komt van de vader
ik heb je nodig
bevrijd mij
maak mij heel
engel
je bent prachtig
en je bent altijd
bij me
dat weet ik zeker
ik hou van je.
De lucht werd ouder
ben de trap opgegaan
heb de veilige koepel
van licht verlaten
tastte langs wanden
hoorde treden kraken
wist zo waar ik was
maar het benauwde
de lucht werd ouder
dikker en kouder
zweemde naar geuren
die raakten aan een
onherstelbaar gebeuren
nog had ik ruimte
moest wentelen in
steeds krappere draaien
op dat moment
scheurden de muren
stortten hun stenen op mij
ik struikelde viel tegelijk
hoorde mijn wekker
onwaarschijnlijk dichtbij
Echo's in gesprek
weer is stilte
gebroken door
duizend vlagen wind
geluidloos
waaien woorden
op vleugels weg
wat ik ook zeg
er zit geen draagkracht
meer in zinnen
zij lijken
hol van binnen
als echo's in gesprek
de wind monoloogt
luwte dwarrelt
letters zonder hoop
Het afval en rommelgeluid
zacht fluistert de wind
langs deuren en ramen
speelt op straat en jaagt
blikjes en flesjes voor zich uit
het afval en rommelgeluid
een niet te negeren
refrein in de muziek
van een plein in de stad
waar muren vermoeid
elkaar steunen en
kreunen bij iedere vlaag
hoe overleef ik vandaag
nog spreken hun stenen
koestert een hand de in
eeuwen afgesleten rand waar
velen het hoekje zijn omgegaan
kijk ze maar aan
zij kennen het leven dat
generaties is gegeven waarvan
de naam in steen is blijven staan